Een knoop in een lijn (touw) is de situatie waarbij die lijn (of dat touw) om zichzelf of om een andere lijn of touw is gedraaid. Dat komt het meeste voor aan het eind van een touw of als twee touwen met elkaar worden verbonden. Als het gecontroleerd gebeurt heeft zo'n knoop meestal een naam, afhankelijk van het gebruik. Als een lijn of touw rond een voorwerp wordt genomen spreekt men meestal van een steek.

De termen knoop en steek worden vaak door elkaar gebruikt, de bewerking heet dan ook 'knopen'. Het verbinden van voorwerpen - zoals palen - tot constructies door middel van touwwerk noemt men daarentegen sjorren. Elke knoop of steek heeft andere eigenschappen en welke knoop of steek er gebruikt wordt, is dan ook vooral afhankelijk van het doel dat men voor ogen heeft.

Knopen en steken zijn bedoeld om weer losgemaakt te kunnen worden. Een goed gelegde knoop of steek kan altijd weer met gemak worden losgemaakt door een lus van de knoop weg te drukken of - in het geval dat er een slipsteek op is toegepast - door aan het losse eind van de lijn te trekken.

Het geheel van het leggen van knopen, splitsen, zeilnaaien etc. noemt men schiemanswerk.

http://nl.wikipedia.org/wiki/Knoop_(touw)